Zoals iedereen weet zijn onze voorouders door een verbolgen Lieve Heer uit het paradijs verdreven, en sindsdien dromen diverse mensen op aarde van een terugkeer naar die zalige plek. Of eigenlijk is het zo dat iederéén, altijd, bezig is met zoeken naar het paradijs. Dat is de zin van ons leven. Of in ieder geval het doel. De spirituelen onder ons zoeken het nirwana in zichzelf; anderen hopen die verrukking ergens in de wereld te vinden en gaan op reis, en dan zijn er nog mensen die hopen hun Eden zelf vorm te kunnen geven door hemelse plekjes te construeren zoals een onwijs fijn huis met veel zachte kussens in matchende kleuren en heerlijk geurende stompkaarsen.
Het komt allemaal op hetzelfde neer. We zoeken liefde en erkenning, harmonie en vrede, intens geluk, of zelfs maar een heel klein beetje geluk, en verdomme, wat is dat onbereikbaar, of in het beste geval, moeilijk te vinden en indien eenmaal gevonden, he-mel-ter-gend vluchtig.

Die vluchtigheid kunnen we het best opheffen door het aanschaffen van zoveel mogelijk woonaccessoires. Woonaccessoires zijn meestal - de metershoge betonnen boeddha’s daargelaten - niet voor de eeuwigheid gemaakt, integendeel, ze zijn bijna zonder uitzondering opgetrokken uit slecht materiaal en liefdeloos in elkaar geflanst in treurige derdewereldfabrieken, en dat hoort ook zo, want een van de kenmerken van het woonaccessoire is dat het weggegooid of op Marktplaats gezet moet kunnen worden wanneer de smaak van de bezitter is veranderd, en dat is soms al binnen één jaar na aanschaf-/krijgmoment. Toch bieden deze in de grond waardeloze producten de naar gezelligheid, vrede en geluk hunkerende mens zoveel houvast dat hij er grote sommen gelds en langdurige winkelsessies voor over heeft.

Het bijzondere van het woonaccessoire zit hem niet in de slechte kwaliteit ervan, hoewel het er wel een onvervreembaar kenmerk van is. Het intrigerendste is het feit dat het, verzonnen door een anoniem team van ontwerpers, in grote hoeveelheden wordt geproduceerd door anonieme mensjes, zodat het geen eigenheid bezit, geen herinnering en geen ziel; terwijl zijn functie nu juist is om de unieke persoonlijkheid te onderstrepen van degene die er zijn huis mee heeft verfraaid en opgefleurd: van het naar zijn aard karakterloze woonaccessoire wordt verwacht dat het een nietszeggend interieur karakter geeft. Is het woonaccessoire op die manier al een tegenstelling in zichzelf, nog fascinerender wordt het als je je realiseert dat het één grote trompe l'oeuil-ervaring is. Hout wordt zo geverfd dat het op roestig ijzer lijkt, nieuwe spullen wekken de indruk versleten en 'bric à brac' te zijn, een betonnen engel ziet eruit als van goud, plastic speelt voor riet, gips voor marmer, blik voor staal. Het is huiveringwekkend om te beseffen hoezeer elke woonaccessoirebezitter zichzelf een rad voor ogen draait, terwijl we toch weten dat hetgeen waarnaar echt verlangd wordt, het paradijs, de allerzuiverste, aller-uniekste plaats is die er maar bestaat.

Nog erger wordt het als we onze aandacht verplaatsen naar een bijzondere loot aan de  woonaccessoireboom, het tuinaccessoire. Waar het inpandige woonaccessoire vaak nog wat beperkt wordt door de beschikbare ruimte in het huis, men wil daar toch ook nog een beetje kunnen wonen, gaan voor het tuingebeuren alle remmen los.
Van een simpel vogelbadje maakt men een wellness-centre voor gevederde vriendjes, een voederplankje is tegenwoordig een combinatie van luxe-restaurant voor de veeleisende vogel en snack-tafel voor de snelle pikker, het tuinlampje is vervangen door een reeks plastic rotsblokken met ingebouwde zonnecel en ledlampje waar tevens muziek uit komt, de barbecue, ooit een ijzeren bak voor kooltjes met een rooster erop, is nu een twee meter lange schroeitafel met gasbrander, waarbij ook weer een eindeloze reeks van barbecue-accessoires hoort; in plaats van een houten of kunststof tuinsetje hebben we een neprieten bankstel van ettelijke kubieke meters met vier, twee en anderhalf zits elementen, compleet met hockers zo groot als een gezinsauto, en de suffe pergola ten slotte is geëvolueerd tot een tienpersoons prieel met echt nep handgesneden houtsnijwerk dat in de Tuilerieën niet zou misstaan.
In die verrukkelijke tuin kan men, omhuld door zoete geuren uit veelkleurige, in de door betonnen kikkers bewoonde vijver drijvende bloemvormige kaarsen ‘uit Thailand’, wegdromen bij het spirituele geluid van de authentieke bamboe windgong ‘uit Tibet’, zich zo dicht bij het paradijs wanen als maar mogelijk is.
Allemaal, allemaal, gewoon te koop.