Jaren geleden zei iemand eens tegen mij dat ik geen gevoel voor humor had.
Dat was niet leuk.
De rest van de dag durfde ik geen olijke opmerkingen te maken, uit angst dat die hopeloos misplaatst zouden zijn. Humor heeft alles te maken met timing, zoveel weet ik er wel van.
Collega’s die een kwinkslag kwamen maken, ontvluchtte ik met een schichtig gemompeld ‘ha-ha’, bij vrolijke schouderstompen kromp ik ineen en zelfs in het veel te kleine kopieerhok, samen met de allergrootste lolbroek van kantoor, was ik niet meer tot een grapje in staat.
Ik was blij toen ik eindelijk in de sportschool was en mijn toestand kon gaan overpeinzen.
Ik probeerde me mensen voor de geest te halen die geen gevoel voor humor hadden. Meteen drong zich een oude buurman van me op, een schriele, bleke kerel met een spits, gemillimeterd hoofdje, door een wederzijdse kennis niet geheel onterecht aangeduid als ‘dooie vis’. De dooie vis en zijn vriendin zaten als ze vrij hadden de hele dag zwijgend te lezen in de tuin, zij met een boek en hij met de krant. Het ritselen van papier was het enige dat de stilte verstoorde. Als er een buurtfeest was en het hele blok zinderde van de voorbereidingen, bleven zij stug zitten lezen en keihard net doen of er niets aan de hand was. En wanneer het feest eenmaal losbarstte, slopen ze op hun tuinpantoffels naar binnen en sloten met een zachte klik de schuifpui. Achter het glas gingen zij dan door met lezen bij het licht van hun designlampjes, terwijl hun buren almaar bezopener en grappiger werden.
Via de dooie vis dwaalden mijn gedachten af naar zelfmoordaanslagplegers, en naar terroristen in het algemeen. Die mensen staan ook niet bekend om hun gevoel voor humor. Dat komt door hun rotsvaste geloof in de Goede Zaak. Dat geloof is zo groot, dat er nergens anders meer plaats voor is.
Toen ik mezelf even later in de doucheruimte in de spiegel zag, kon ik er niet omheen dat ik inderdaad niet snel het etiket ‘lachebekje’ opgeplakt zou krijgen. Laat staan dat iemand mij ‘vrolijke Frans’ zou noemen. Maar dat was eigenlijk oud nieuws. Al sinds jaar en dag roepen mannen op steigers me na dat ik niet zo chagrijnig moet kijken. Nee, het is veel erger, het gezeur begon al in de derde klas van de lagere school, toen die leuke nieuwe meester met regelmaat de gekste capriolen uithaalde om mij aan het lachen te maken. Onnodig te zeggen dat hem dat niet lukte.
Thuisgekomen ging ik googelen op het onderwerp humor. Al snel zat ik naar filmpjes met lachende baby’s te kijken. Nadat ik een tijd had zitten grinniken om die tot stikkens toe gierende kleintjes, drong het helaas tot me door dat humor ook te maken heeft met intelligentie, en je kunt het toch nauwelijks intelligent noemen om dreumessen uit te lachen die zelf nog nergens benul van hebben.
En toen begreep ik het eindelijk. De oplossing lag in MIJ: ik moest om mezelf kunnen lachen. Dat is de essentie van humor die bestaansrecht heeft. Vind ik dan, hè.
Ik ging voor de spiegel staan, stak mijn duimen in mijn oren, zwaaide met mijn vingers en zei: ‘Joehoe.’ Ik trok mijn gezicht in een olijke grimas. Dat deed pijn en ik besefte dat dit nog wat te hoog gegrepen was.
Ik probeerde een flauwe glimlach en fluisterde: ‘hi, hi.’
Dat maakte me een klein beetje aan het lachen.
‘Gekkie,’ zei ik, al iets harder.
Ik fronste mijn wenkbrauwen. Ik word niet graag gekkie genoemd.
Nadat ik een tijdje tegen mezelf had staan fronsen, zei ik relativerend tegen mezelf dat ik een sufferd was. ‘Een oen, een raar mens. Je haar zit trouwens ook heel raar. Je hebt net zo’n matje als die ene vent met die Rottweiler, die met die lange leren jas – ‘
Toen werd MiniP thuisgebracht en die begon een mop te vertellen waar ze de pointe van vergeten was. En het begin, het eind en het midden. Bovendien begreep ze sowieso helemaal niet wat de bedoeling was van die mop (die wij als kind 175 jaar geleden ook al vertelden). De mop duurde ongeveer 25 minuten en toen ze klaar was, zaten we elkaar allebei aan te kijken van: tja.
‘Was hij leuk?’ vroeg ze toch nog.
Ik zei dat hij afgrijselijk was. Dat ik nog nooit zo’n afschuwelijk lange, saaie, mislukte mop had gehoord als deze.
En toen hebben we allebei heel erg hard en heel erg lang gelachen.