De huisarts gaf me een doorverwijsbrief, en toen mocht ik zelf op zoek naar een fobiespecialist.
Het wemelt van de fobiespecialisten op internet, die heerlijke plek waar alles is en toch niets.
Wat bestaan er toch een rare angsten. Bang zijn voor spinnen is onhandig, maar wel heel begrijpelijk. Spinnen zijn nou eenmaal afschuwelijke beesten, die met hun akelige zwarte lijven door je huis rennen en je bang willen maken door naast je hoofdeinde tegen de muur te kruipen en dan doodstil te blijven zitten als je het licht aandoet, om je dan aan te gaan zitten staren met van die gemene oogjes en van die gemene gedachtes in hun vuile koppen. Ook vinden ze het leuk om heel hard naar je toe te rennen als jij nietsvermoedend op blote voeten je slaapkamer binnenstapt, met als doel tegen je op te krabbelen en – wat er daarna gebeurt weet ik niet, maar het is héél erg.
Maar er zijn ook mensen die bang zijn voor mensen. Is dat nou niet treurig? Eenzaam, ongezellig op zijn minst?
Eigenlijk was mijn spinnenfobie ook best treurig, want ze sneed me af van contact met een medewezen. En daarom moest ik er vanaf. Ik wilde het gezellig hebben in mijn huis, en als het de spinnen beliefde hier keer op keer op visite te komen, moest ik ervoor zorgen dat ze mij het leven niet zuur konden maken.
Integendeel, ik wilde een goede gastvrouw zijn.
Ik had geen idee hoe de fobiemaster dat voor elkaar zou boksen, maar ik was bereid mijn lot in zijn handen te leggen en vertrouwde erop dat er zich een wonder zou voltrekken.