Mijn oor, dat ze op ijs hadden gelegd, werd aangenaaid en begon onmiddellijk met het herstellen van de connectie tussen zichzelf en mijn hoofd. Ik, die de afloop van dit verhaal weet, kan jullie vertellen dat het helemaal goed is gekomen met mijn oor, waar ze gelukkig van te voren wel de hondenkwijl van af hadden gewassen.
Vervolgens bleek ik niet wakker te worden uit de narcose. Het heeft nog best een tijd geduurd voor ze achter de oorzaak waren, maar uiteraard werd mijn slaperigheid op een gegeven moment opgemerkt en onderzocht en de assistent-anesthesist als schuldige aangewezen, waarna zijn begeleider het boetekleed aan moest trekken, en daarna de chef de clinique, en daarna het bestuur van het ziekenhuis, en daarna de minister van volksgezondheid want het was haar schuld dat er niet genoeg gekwalificeerd personeel was, en zij beloofde een grondig onderzoek. Het lag in ieder geval niet aan de nieuwe zorgwet en al helemaal niet aan de verzekeraars. Hoogstens was het een kinderziekte.
Terwijl ik daar zo lag, kwam er een vriend van me langs. Ik had hem niet aan horen komen, maar plotseling ging er iemand op de rand van mijn bed zitten – dat was niet heel aangenaam, want ik zakte erdoor naar één kant en mijn vel was van het lange liggen behoorlijk gevoelig geworden. Nu was hij dichtbij genoeg voor mijn neus om te herkennen. Hij rook naar sigaretten en knoflook. Dat laatste kwam door de zogenaamd geurloze Knoflox die hij slikte, om zijn bloed te zuiveren.
Mijn hand werd gepakt. 
Na een tijdje begon ik me af te vragen wat hij dacht. Hij zei niets. Ik hoorde hem ook zijn neus niet ophalen, wat betekende dat hij niet huilde, zelfs niet stilletjes wat tranen over zijn wangen liet biggelen.
Er kwamen voetstappen naderbij. Een stem die ik eerder had gehoord en die hoorde bij een paar handen die mij gewassen hadden, vroeg of hij iets te drinken wilde. De stem klonk medelijdend, dus, dacht ik, had hij er misschien toch treurig uitgezien. Dat was fijn om te weten.
‘Ja, doe maar een kopje koffie,’ zei hij.
Hij klonk helemaal niet verdrietig, hij klonk blij verrast. Blij met de koffie, zeker.
De verpleegster kwam terug en mijn maat bedankte haar. Hij liet mijn hand los. Ik rook koffie. Ik wou dat hij wegging.