Ik ben nu al weer bijna vijf jaar in behandeling bij Hans. Ja, we noemen elkaar inderdaad bij de voornaam. Met mijn fobie gaat het goed. Ik ben inmiddels in staat om een spin heel rustig op te zuigen – aanraken vind ik nog steeds niet prettig, maar waarom zou ik – en daarna gewoon te gaan slapen. Mijn leven is enorm veranderd. De zorg voor Hans’ moeder kost veel tijd, maar goed, daarvan had ik toch genoeg. Te veel, eigenlijk, en wie teveel tijd heeft om te piekeren, wordt er geestelijk ook niet gezonder op. Als ik het nog wel eens moeilijk heb ergens mee, kan ik Hans altijd bellen. En andersom geldt hetzelfde: ik had het goed aangevoeld, dat hij me gelijkwaardig zou behandelen.
Als zijn moeder ’s nachts of in het weekend gekke dingen doet zoals hij dat noemt, belt hij me op en dan kijk ik wat ik voor hen kan betekenen. Maar ook als hij gewoon wil praten, omdat hij verdriet heeft over de moeilijke situatie met zijn vrouw, dan weet hij dat hij bij mij terecht kan.
Ik heb Hans een tijdje geleden gevraagd wanneer de behandeling eigenlijk als afgerond beschouwd kan worden, maar zo ver zijn we nog niet, verzekerde hij me. De sessies worden natuurlijk allang niet meer vergoed, maar Hans maakt gewoon tijd voor me vrij, uren die niet geboekt worden en daarom in feite niet bestaan voor de verzekering. Ik hoef er maar heel weinig voor te betalen, een schijntje. Je kunt hieruit wel opmaken dat hij veel hart heeft voor zijn patiënten. Ik zei het toch, Hans gaat mij niet in de steek laten. Ik geef toe dat ik het best wel eens fijn zou vinden om een keer vrij te hebben, maar zo werkt dat niet met dementerende bejaarden, die krijgen ook geen vrij van hun haperende brein. En Hans krijgt ook geen vrij van zijn vrouw, die constant problemen maakt, en hij moet zijn zorgen toch ergens kwijt. Nee, het is precies zoals ik voorspelde, en waar ik zo naar verlangd heb: Hans laat mij niet in de steek.