MiniP was geschokt en verbijsterd door de ontdekking van de in stukken gesneden Ken in een hoekje van de Barbievilla, slordig verstopt onder het gehaakte kleed van de keukentafel.
Ze wist niet wie ze moest verdenken van deze wandaad. MiniP had natuurlijk behoefte aan een dader op wie ze haar verontwaardiging kon richten. Ik hield me wijselijk van den domme, maar toen een keur aan lieve, onschuldige vriendinnetjes de revue begon te passeren in haar wraakzuchtig brein, begreep ik dat het tijd was om in te grijpen.
‘Ik heb het gedaan’, zei ik dus op een onbewaakt moment. Verbaasd keek ze naar me op, ik stond net wortels te schrappen aan het aanrecht. ‘Ik weet het weer, ik was het vergeten, hij lag op het aanrecht –‘ ik herinnerde me dat hij naar afwasmiddel had geroken die dag dat hij thuis was gekomen na zijn onaangekondigde afwezigheid, dus het was heel goed mogelijk dat hij daar inderdaad vertoefd had – ‘en ik ging soep maken en toen dacht ik dat hij een pastinaak was, hij was bloot moet je weten (ik werd nog kwaad bij de gedachte) en toen heb ik hem in plakjes gesneden.’
MiniP keek me ongelovig aan. Ze deed haar mond open om iets te zeggen maar ik was haar voor. ‘En toen heb ik hem in de soep gegooid en toen bleef hij drijven, de stukjes bleven drijven, en toen zag ik pas dat het van plastic was. Dat het Ken was.’
Het klonk te belachelijk, ik kon zien dat ik MiniP niet overtuigd had, maar bij een zevenjarige die veel van haar moeder houdt, kun je altijd heel goed op het gevoel gaan werken. 
‘Je weet hoe moe mama is, hoe hard ik moet werken, en dat ik dan dingen vergeet,’ zei ik met een gezicht als een St. Bernhards hond. MiniP begon te smelten.
‘Arme mama,’ zei ze.
‘En ik was laatst niet helemaal lekker, weet je nog?’ Haar reebruine ogen werden waterig, dit ging goed, ‘en ik wilde toch lekker voor je koken, je weet hoe ik altijd mijn best doe om lekker voor je te koken, en toen, ja, toen heb ik Ken in stukjes gesneden, en het spijt me zo.’
Om een vrij walgelijk en beschamend verhaal kort te maken, ze geloofde me. Of ze verkoos me te geloven.
Maar ze eiste wel genoegdoening. Dus ik beloofde bij de eerstvolgende gelegenheid een nieuwe Ken voor haar te kopen. Maar dat wilde ze niet, want jongens zijn stom. Wat wilde ze dan wel? Een prinsessenbarbie met ‘gratis’ accessoires, in een doos zo groot als mijn eetkamertafel, slechts 45 euro. Maar met gratis accessoires, dús.
Deze eis werd door mij afgewezen, waarna keiharde onderhandelingen volgden, waarin MiniP zich een geslepen tegenstandster toonde, maar toch net niet zo doortrapt als haar moeder. Ik wist haar uiteindelijk naar een zeemeerminnenbarbie met een vissenstaart van vuilgroen nylon, die al gepild was nog voordat barbie de doos had verlaten, toe te kletsen. MiniP was op het moment dat de overeenkomst werd beklonken niet op de hoogte van de treurige staat waarin de pop verkeerde. In haar ogen zag ik een schitterende vissenstaart glanzen, onder een volmaakt lijfje omkranst door lang, zacht, lichtrood haar. Of blond voor mijn part. Te bekomen bij een officiële speelgoedwinkel.
Míjn barbie had ik gezien bij een drogisterijketen die naast schoonmaakspullen voor mens en huis ook altijd veel dubieus speelgoed en volstrekt overbodige woonaccessoires verkoopt, en op een sombere middag, het miezerde en we waren chagrijnig, zijn we haar gaan kopen. MiniP keek nogal wijfelend naar de niet hard- maar grijsroze doos met beslagen plastic voorkant, van waarachter barbie ons met een scheve en enigszins waanzinnige grijns toelachte; haar huid was ietsje te bruin en heur gele haar glom vals. Het was ál te duidelijk dat ze nep was. Maar de deal was gesloten en MiniP hield zich groot. Zonder een woord van protest liet ze zich de zeemeermin in de armen drukken.
Bij thuiskomst beloofde ik haar plechtig dat ik nooit meer een barbie, man dan wel vrouw, zou aanzien voor een pastinaak, noch voor een rettich of een andere vergeten groente. Maar toen ik die avond wilde gaan koken lag de nieuwe aankoop op de snijplank. En bij het eten had MiniP had een duivelse blik in haar ogen.