'Toch zie ik Henriëtte liever in bikini dan in de Here,' mompelde Sjaak tegen niemand in het bijzonder, en hij spuugde nog maar eens op de grond als om zijn woorden kracht bij te zetten.
Volgens Nikky, die ook nu weer zo ver mogelijk bij hem vandaan bleef, was hij een vuilak, maar Katie dacht daar duidelijk anders over. Ze moedigde de grijsaard vurig aan als het zijn beurt was en haalde aan het eind van elk potje zijn ballen op. En wanneer hij een extra goede worp had gedaan, viel ze hem juichend om de hals, iets wat hij zich grijnzend liet welgevallen en wat Nikky met onverholen walging gadesloeg. Nikky had al vaak overwogen om de vriendschap met Katie te beëindigen, maar het was onmogelijk om van dat kind af te komen. Gisteren was ze alwéér met een doos negerzoenen komen aanzetten. Maar zelfs dat vriendelijke gebaar was in Nikky's ogen verdacht, aangezien zij gíng met een neger, dus.
Dat Henriëtte haar toevlucht had genomen tot het geloof, begreep Nikky wel, ook al vond ze het wat overdreven dat ze nu rondliep in een chador. Als je vader constant dubbelzinnige grappen maakt, naar je loert als je onder de douche staat en plaatjes van blote vrouwen aan de keukendeur hangt...!
Wat zou jij doen? had ze Katie gevraagd. Maar die had slechts geglimlacht en gezegd dat de wereld een stuk mooier zou worden als iedereen eens wat vaker tot tien zou tellen. Die boodschap kon ze dan maar beter meteen aan vader Sjaak doorgeven! In zowat alle deuren van zijn huis zat op schop-hoogte een gat.
Afijn, ieder zijn geloof, zei Nikky altijd maar.
Nadat het jeu-de-boule overtuigend was gewonnen door Pieter alias de Gieter, begaf het hele gezelschap zich naar het huis van de Molenaars. Ma Molenaar lag met 'migraine' op bed, maar vader stond al handenwrijvend achter de thuistap te wachten. Henriëtte was er ook. Voordat het festijn een aanvang kon nemen moesten ze allemaal eerst langs Oma. Deze zat kaarsrecht overeind op een houten stoel in 'het salon' te roken. Zij prefereerde de harde stoel boven het enorme bruin leren bankstel, omdat ze, als ze daar eenmaal in zou gaan zitten, 'daar van ze lang zal ze leven nooit meer uit zou komen'.
'Dag Oma,' zei Nikky, die als eerste naar binnen was gegaan en nu tegenover het frêle dametje stond.
'Ha,' gromde Oma met een Clint Eastwood-stem.
Katie stond al te wachten.
'Ooooomaatje,' zei ze, zich voorover buigend tot ze met haar neus bijna in de spinnenwebachtige, zilver-geelwitte bos haar zonk.
Oma zwaaide met haar sigaret. 'Wijfie,' kraakte ze.
Katie liep richting tap.
'Tis een best wijffie,' zei Oma tegen Pieter de Gieter, die een hand op haar scherpe schoudertje legde en 'Dag Oma' zei.
Sjaak glunderde. 'Ja Oma, het is een lekker wijffie,' zei hij, Pieter opzij duwend. Oma schudde haar gegroefde vogelhoofdje. 'Ouwe vuilak,' zei ze. 'Breng me maar een borrel jij.'
Sjaak riep naar P de G dat hij voor Oma een kejakkie moest halen, wat deze braaf deed.
Katie was naast Henriëtte gaan zitten. Katie had een groot glas bier gekregen en dronk daar met kleine slokjes uit. Sporten maakte dorstig, en sporten in de brandende zon nog méér. Henriëtte, inmiddels handig geworden in het tot zich nemen van drank & voedsel onder haar chador, nuttigde een kopje thee met suiker. Ze had geen zin om met Katie te praten. Groot was dan ook haar opluchting toen een hysterisch geblaf de komst aankondigde van de herder van Angel, het nichtje van P. de G., die zich op de twee honden van de Molenaars stortte. De herder was een valse teef, en los daarvan had Angel het niet op de pitbull, die ook Angel heette, omdat die haar chiwawa had doodgebeten. Ze hadden het geschikt met een flink pak opgerolde bankbiljetten, recht uit de zak van P de G's oom, die de eigenaar was van de moeder van de pitbull, de rol was nog warm, maar toch. Het verlies van zo'n diertje maak je eigenlijk niet goed met geld, vond Angel, en haar moeder, bij ons ook wel bekend als Oma, was het daar roerend mee eens. Nadat de dieren door een brullende Jim (dat was die oom van P de G, hij was met Angel meegekomen) met veel slagen en schoppen uit elkaar waren geramd en in verschillende ruimtes van het huis opgesloten, trachtte Katie nogmaals een gesprek met Henriëtte te beginnen.
'Heb je het niet warm in die grote, donkere mantel?', vroeg ze.
'Dat valt wel mee.'
'Maar drinkt het niet heel onhandig zo?'
'Neuh.'
'Maar ruikt het niet vies, daarbinnen?'
'Ik vind van niet.'
'Maar wás je hem dan wel eens?'
'Ik heb er meer dan één hoor.'
'Maar hoe moet je zo nou ooit een leuke man ontmoeten?'
'Die hoef ik niet.'
'Maar je kan toch niet je hele leven alleen blijven?'
'Ik ben pas 19, ik hoef nog lang geen man.'
'Maar ga je hem op een gegeven moment dan weer uitdoen?'
'Ik denk niet dat God dat een goed idee vindt.'
'Maar je doet het toch alleen om je vader te pesten?'
'Ik doe het om mijn geloof te uiten.'
'Sjaak valt best mee hoor. Hij bedoelt het goed.'
'God ook.'
Henriëtte begon net te denken dat ze nooit meer van die k**Katie af zou komen, toen de deur openzwaaide en wie stond daar in de opening? Niemand minder dan haar Blonde God, haar eigenste blonde god: Henkie. Ze slaakte zo'n zucht van verlichting en blijdschap dat Katie hem hoorde, helemaal van onder haar chador vandaan; ondanks de herrie van de breedbeeldteevee, de op luide toon gevoerde gesprekken van de aanwezigen en de 'ho-ho-ho' roepende kerstman die nog over was van de Kerst.
'Het is toch wel warm zeker hè,' interpreteerde ze de zucht verkeerd. Maar toen kwam eindelijk Sjaak op het goede idee om naar Katie toe te schuifelen, haar bij een hand te pakken, overeind te trekken en, met een pets op haar kont, richting keuken te sturen met de woorden: 'Doe jij de frituur eens even aandoen, we willen een balletje.'
De lege plek naast Henriëtte werd onmiddellijk ingenomen door Henkie, die trouwens niets wist van de liefde die zij voor hem koesterde: hij had haar instinctief opgezocht omdat hij net terug kwam van een voetbalwedstrijd waar hij zijn keel rauw had geschreeuwd, en hij had behoefte aan een beetje rust. De in het nachtblauw gehulde gestalte had iets oase-achtigs voor hem, en zo zette Henkie zich, met een zucht van 'poepoe hebben-we-ook-weer-gehad' naast Henriëtte, die zijn zucht interpreteerde als toch minstens iets van: 'Ha, gezellig'. En wat denk je dat ze zei, de wel degelijk oververhitte en door Katie behoorlijk getergde Henriëtte, toen ze zich overboog naar Henkie, die zijn moede hoofd tegen de achterwand liet leunen?
'Ik heb hier niks onder aan.'
Waarop Henkie een verraste blik opzij wierp en haar door het gaasje van haar gezichtssluier heen diep in de ogen keek. Een glimlach brak door op zijn gelaat, en Henkie, een man van de daad, stond subiet op. Met een hoofdbeweging beduidde hij haar met hem mee te komen.
Hij liep de kamer uit, de trap op. Henriëtte liep achter hem aan. Hij had poep onder zijn ene schoen. Gaf niet.
Boven aangekomen gingen ze de ouderlijke slaapkamer binnen, waar ma Molenaar nog steeds met 'migraine' lag. Henriëtte was het hele mens straal vergeten. Gauw sloten ze de deur en namen de wijk naar een van de andere kamers; het bleek een opslag- annex strijkkamer te zijn waar, bedolven onder was, ook nog een eenpersoons bed stond. Henkie trok de chador over Henriëttes hoofd en ja hoor, poedelnaakt. Een razende opwinding nam bezit van hem en hij nam niet eens de moeite om zich helemaal uit te kleden. Enkele lichaamsdelen waren immers maar nodig voor het plegen van de daad. Maar net toen hij dat wilde doen, werd de in het kamertje opgesloten rottweiler, Elvis, die half verscholen in de berg was lag te slapen, wakker. Geschrokken of woedend, we zullen het nooit weten, stortte hij zich op het koppel. Het weldoorvoede beest woog 70 kilo; hij wierp de kleine Henriëtte en de magere Henkie met een verschrikkelijke klap tegen de strijkplank. Verscheidene botten werden gebroken en er scheurde ook het een en ander af. En nog voor ze goed en wel op de grond waren beland, zette de hond zijn tanden in al het blote vlees dat hij zo snel vinden kon.
Van beneden hoefden ze geen hulp te verwachten: veel te veel herrie. Maar ma was vlakbij en haar kamer was in diepe stilte gehuld. Ze schoot overeind, glibberde tussen de satijnen lakens vandaan, stoof de gang op, rukte de deur van het kamertje open en bracht de uitzinnige hond met een aantal welgemikte slagen van het strijkijzer tot bedaren. Die ma toch: ze zou de held van de dag worden, later.
Henkie en Henriëtte hebben het avontuur overleefd, maar vraag niet hoe want dat wil je niet weten.